Vliegtuigcrash Broeksittard op 29 november 1944
Crash Junkers Ju 88
Hoe geluk, trots en de dood allemaal samen smolten in die ene nacht in 1944
Hoewel zondag 19 november 1944 bij veel mensen in de omgeving van Sittard bekend stond als een zwarte dag in de geschiedenis omdat een granaatinslag tijdens een voetbalwedstrijd tussen Sittardse Boys en Maurits Geleen in de Baandert aan elf mensen het leven kostte, bleek ook de datum van 29 november een dag te zijn die niet meer vergeten werd. Toen vond er een namelijk een enorme tragedie plaats in het rustige dorpje Broeksittard, niet ver van het eerder genoemde voetbalstadion.
Voor mijn onderzoek naar dit verhaal van de neergestorte Duitse Junkers Ju 88 vliegtuig kreeg ik hulp van diverse inwoners van Broeksittard via de Facebookpagina “Broeksittard Dorp” en een bijzonder woord van dank aan Sjaak Verbeek, Frank Maassen, Gertie Schirru, Melvin Brownless (onderzoeker uit Engeland) en als laatste Dhr. Dahlmans, uit Selfkant.
Inleiding:
De bevrijding van Sittard en de omliggende dorpen vond plaats op 18 en 19 september 1944 door militairen van het Amerikaanse 2nd Armored Division. Het front liep toen ten noorden en oosten van de stad vast en dat maakte dat Sittard en haar omliggende dorpen tot januari 1945 langs de frontlinie lagen. Zo vlak langs de frontlinie wonen betekende dat er in de omgeving nog volop gevochten werd en dat ondanks dat Broeksittard bevrijdt was het gevaar nog niet geweken was.
De Amerikaanse troepen werden vaak vanuit de lucht aangevallen door overvliegende Duitse jachtvliegtuigen die met hun kanonnen en mitrailleurs op alles schoten wat ze maar raken konden. Om de Amerikaanse troepen in het gebied met haar inwoners te beschermen werden er door zowel de Engelse als Amerikaanse luchtmacht patrouille vluchten uitgevoerd. Zo’n patrouille vlucht werd een zogenaamde “Patrol uneventful” genoemd, waarbij de opdracht niet specifiek benoemd was behalve tegenmoet komende vijandelijke vliegtuigen uit te schakelen.
In het Franse Lille Vendeville lag een tijdelijk aangelegd Brits militair vliegveld wat werd aangeduid met B.51. Hier was het British Second Tactical Air Force gestationeerd en verzorgde vanaf hier dagelijks patrouille vluchten. Een van de squadrons die hier gestationeerd waren was het No.409 Squadron van de Canadese luchtmacht (RCAF).
Het No.409 Squadron was uitgerust met de tweemotorige “De Haviland Mosquito”, een Britse bommenwerper die later werd ingezet als jachtvliegtuig. De Haviland Mosquito werd gevolgen door twee bemanningsleden, de piloot en de navigator die naast elkaar in de cockpit zaten. De navigator was ook degene die meestal de mitrailleurs en het boordkanon bediende.
Maar ook de Duitse luchtmacht zat niet stil en de Duisters wilde de opmars van de geallieerde zo snel mogelijk een halt toe roepen en namen daarbij veel risico’s door veel in het vijandelijk luchtruim aanwezig te zijn. Verdeeld over heel Duitsland waren kleine vliegvelden aangelegd om vanuit hier aanvallen in te zetten. Zo was er ook een vliegtveld in Kassel – Rothwesten.
Het vliegveld in Kassel – Rothwesten was voorzien van een startbaan van gras en had een korte landingsbaan van maar 800 meter waardoor het alleen maar door kleinere vliegtuigen gebruik kon worden.
Op dit vliegveld waren diverse staffels van het Duitse Nachtjagdgeschwader opgesteld. Een van de Nachtjagdgeschwader die hier gestationeerd stond was de derde Staffel van het Nachtjagdgeschwader 2 (3./NJG 2).
Ze waren uitgerust met de tweemotorige “Junkers Ju 88 ”, een Duits standaard vliegtuig dat veelzijdig ingezet kon worden. De Junkers Ju 88 werd gevolgen door drie bemanningsleden, de piloot en twee radio operators.
29 november 1944:
Om 17:35 uur lokale tijd (hier 18:35 uur) stegen twee Mosquito jachtvliegtuigen op voor een patrouille in het luchtruim boven Zuid Limburg. Een van deze vliegtuigen had als registratienummer MM622 en werd bestuurd door de ervaren piloot Edward Frederick "Ted" Cole en zijn vaste navigator William Stanley "Bill" Martin. Tijdens hun patrouille vlucht kwamen ze in de buurt van Heerlen diverse Duitse vliegtuigen tegen en besloten ze om de aanval in te zetten.
Een Junkers Ju88 met registratienummer 620055 die werd gevlogen door de drieëntwintig jarige Duitse piloot Alfred Lörken kregen ze in hun vizier. Naast de piloot waren ook de Radio Operators, Alexander Reindl (20 jaar) en Adam Schuch (22 jaar) aan boord.
(Kopie uit het Operations Record Book van No. 409 Squadron via National Archives UK)
De bemanning van de Mosquito was zeer ervaren en had al heel wat vluchten samen gemaakt. Hierdoor waren ze goed op elkaar ingespeeld en wisten ze precies wat hun te doen stond. Het was een heldere avond en de maan verlichtte de lucht waardoor het zicht uitstekend was. Toen ze de Duitse Junkers Ju 88 naderde, openden de Canadezen hun boordkanon en hiermee bliezen ze de bakboordmotor ( linker kant) op van de Duitse Junkers Ju 88, waarna de hele bakboorzijde in vlammen opging.
De Duitse bemanning wist dat ze niet meer veilig konden terugkeren naar hun vliegbasis in Kassel – Rothwesten. Er zat voor hun niets anders meer op dan hun brandende Junkers Ju 88 vliegtuig te verlaten. Het lukte de bemanning om zich met hun parachute in veiligheid te brengen maar werden bij hun landing door de geallieerde grondtroepen gevangen genomen. De piloot kwam naar verluid in het Duitse dorpje Hillesberg terecht, niet ver van Broeksittard. Uiteindelijk beleven ze alle drie ongedeerd en overleefden ze de Tweede Wereldoorlog. Ze hadden die nacht enigszins geluk
De Canadese bemanning was blij met hun overwinning en vlogen weer door en gingen op zoek naar nog meer vijandelijke vliegtuigen. Het duurde echter niet lang voordat ze wederom een Junkers Ju88 tegenkwamen en ook hier openeden ze hun mitrailleurs. Ook dit Duitse vliegtuig vloog in brand en de schade was blijkbaar zo groot dat er verschillende brokstukken van het Duitse vliegtuig afbraken. Deze brokstukken kwamen tegen de Mosquito jachtvliegtuig aan. Door de impact werd zestig centimeter van de neus afgeslagen, de propellerkap gedeukt en de propeller verbogen. Brokstukken vulden de luchtinlaat waardoor één van de twee motoren uitviel. piloot Edward Frederick "Ted" Cole verklaarde later:
"Het moeilijkste van de hele nacht was terugkeren naar een vliegveld. Het vliegtuig was niet goed te trimmen en het was moeilijk om met één motor op koers te blijven. We vlogen een koers naar het dichtstbij gelegen gealieerde vliegveld. We moesten 160 kilometer vliegen om een vliegveld nabij Brussel te bereiken. Toen we gingen landen hadden we niet meer genoeg vermogen om door te starten en kregen we maar één poging om te landen. Bij de landing schoten we iets te ver door bij de landingsbaan maar konden ongedeerd uitstappen.” We waren geland op vliegbasis Melsbroek B.58 te Steenokkerzeel (België).
(Kopie uit het Summary of Events van No. 409 Squadron via National Archives UK)
Deze avond hadden piloot Edward Frederick "Ted" Cole en zijn navigator William Stanley "Bill" Martin maar liefst twee Junkers Ju88 vliegtuigen uit de lucht geschoten en moesten met een gehavende vliegtuig een noodlanding maken. Voor deze missie werden ze op 30 januari 1945 onderscheiden met het Distinguished Flying Cross.
Het was voor beide de eerste overwinning die ze behaald hadden tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Hierdoor stond voor beide mannen die nacht in november 1944 in het teken van trots.
Afbeelding rechts uit The London Gazette waarin hun onderscheiding bekend gemaakt wordt.
De ramp in Broeksittard:
Nadat de drie Duitse bemanningsleden de brandende Junkers Ju 88 verlieten, vloog het onbestuurbare vliegtuig nog een stukje verder waarna het vliegtuig in de lucht explodeerde. Over een groot gebied rondom Broeksittard kwamen de brandende brokstukken naar beneden dwarrelen. Één van de brandstoftanks uit de vleugels kwam terecht in het portaaltje bij de voordeur van de familie Palmen die woonden aan de Wehrerweg 114 (thans Kruisstraat).
Het gezin Palmen zat in de woonkamer aan tafel en de neergekomen brandstoftank zorgde ervoor dat de woning in lichterlaaie werd gezet. De aanwezige gezinsleden hadden geen schijn van kans en verloren hierbij hun leven.
In het naastgelegen huis op de hoek van de Kruisstraat, bewoond door de ondergronds mijnwerker Herman Winthagen ontstond ook brand. Dit was in de schuur waarbij een os, die door de Duitsers was achtergelaten, stierf. Een andere schuur in de straat vloog ook nog in brand. De vrijwillige brandweer probeerde nog samen met de inwoners van Broeksittard te redden wat er te redden viel maar het was al te laat voor het jonge gezin Palmen.
Bij de familie Oirbons die een bakkerij hadden op het adres Aan het Broek, huisnummer 97, kwam één van de motoren terecht in hun huisweide. De motor was van een flinke hoogte naar beneden gekomen en had een gat van bijna drie meter geslagen.
Het vliegtuig zelf kwam op zo’n 1,5 kilometer van Broeksittard neer in het gebied langs de veldweg die nog steeds loopt van Aan het broek naar Wehr.
Bij de ramp kwamen vader Jan Palmen (39 jaar) en zijn vrouw Maria Geilen (40 jaar) om het leven. Ook vijf van hun kinderen die op dat moment aanwezig waren, Christiaan (14 jaar), Maria (12 jaar), Leny (8 jaar) en de tweeling Bernard en Juliana (6 jaar) kwamen om. Hun twee oudste kinderen Annie en Frans waren op dat moment niet thuis en overleefde de ramp.
Jan Palmen werd op 17 december 1905 in Broeksittard geboren en trouwde op 9 april 1926 te Broeksittard met Maria Geilen (geboren 23 november 1904 in Sittard). Jan Palmen was mijnwerker van beroep en zijn vrouw Lisa arbeidster.
Toen Jan en zijn vrouw Maria hun zesde en zevende kind, een tweeling, in het gezin kregen behaalde ze de krantenkoppen.
In de Nieuwe Tilburgsche Courant van 22 januari 1938 verschijn een artikel waarin het volgende vermeld stond: “Het echtpaar Palmen-Geilen te Broek-Sittard is verblijd met de geboorte van een tweeling. Daar dit gebeuren ongeveer gelijk valt met de blijde verwachting in Paleis Soestdijk hebben de ouders de kinderen, een jongen en een meisje resp. de namen gegeven van Juliana en Bernhard. Het zijn resp. het zesde en zevende kind in het huisgezin.”
Om het gezin extra in het zonnetje te zetten werd er door een verslaggever van de Limburger Koerier een bezoek gebracht aan de kersverse ouders en werd de moeder met haar tweeling op de foto gezet.
In de Limburger koerier van 22 januari 1938 verscheen hierop onderstaand krantenartikel met daarbij de mooie foto en blijvende herinnering aan Maria Palmen – Geilen met haar tweeling.
(Foto gezin Palmen uit maandblad de Hanewijzer jaargang 2019 via Frank Maassen verbeterd met A.I.)
(Kopie bidprentje ontvangen van Gertie Schirru uit Sittard)
Onderzoek 2021 -2026
Ik kwam in 2021 in contact met Bert Spoelstra. Bert had in de jaren negentig diverse onderzoeken gedaan naar neergestorte vliegtuigen in Zuid – Limburg en had alle informatie destijds bewaard in zijn archief. Na de jaren negentig was Bert gestopt met deze onderzoeken en had hij zijn archief bewaard. In 2021 kreeg ik van Bert zijn archief geschonken om dit te gebruiken voor verder onderzoek. Bert had tussen alle informatie ook een kopie van een krantartikel dat ging over de vliegtuigcrash in Broeksittard. Hij had hier zelf nog nooit onderzoek naar gedaan.
Vanaf 2021 werkte ik al aan het onderzoek wat er die dag in Broeksittard gebeurd was maar omdat ik het druk had met andere vliegtuigcrashes in Zuid-Limburg kwam ik er maar niet aan toe om er echt in te duiken. Ik werkte er zo nu en dan aan en kwam hierover steeds meer te weten. In 2025 kwam ik het Squadron op het spoor dat vermoedelijk het Duitse vliegtuig had neergehaald en diverse onderzoeken via onder andere de Studiegroep Luchtoorlog en vrijwilligers bij het de Engelse nationaal archief volgden voordat we zeker wisten dat het hier ging om het No. 409 Squadron.
Via een Engelse onderzoeker Melvin Brownless kreeg ik diverse archief stukken in te zien die hij in zijn archief had zitten. Melvin had een Facebook pagina opgezet met de naam “Luftwaffe Aircrew Remembrance 1939 – 1945”
In een van deze archief stukken stond een verslag van 11 december 1944 van de Flight Lieutenant van het No. 409 Squadron aan de Wing Commander. In dit verslag stond onder andere beschreven dat de Junkers Ju 88 met registratienummer 620055 in de lucht gexplodeerd was en dat de brokstukken over een breed gebied verspreid lagen. Deze brokstukken waren uitgebrand en goed begraven.
In de omgeving van Broeksittard werden op verschillende plekken losse stukken van het vliegtuig gevonden wat onderdelen bleken van de instrumenten uit de cockpit. Er waren onder andere resten gevonden van de onderstaande instrumenten:
FuG 10 P: Luftwaffe Radio Transmitter
FuG 16 ZY: Luftwaffe Airborne VHF (Very High Frequentie) Transceiver
Fubl 2F: Luftwaffe navigatie systeem (Funk-Boden-Luft-Lange)
FuG 220: Luftwaffe Lichtenstein interception radar
FuG 227: Luftwaffe Flensburg Radar Detector
Ook werden beide motoren aangetroffen en begraven.
(Rapport Ju 88 G-6 Night Fighter ontvangen van Melvin Brownless)
Wie waren de Duitse piloten:
De Junkers Ju 88 werd gevlogen door de drieëntwintig jarige piloot Uffz (Unteroffizier). Alfred LÖRKEN. Zij servicenummer bij de Luftwaffe was 53619/163.
Hij werd geboren op 26 april 1921 in Wuppertal. Hij trouwde met Erika Lörken en woonden aan de Katernberger Schulweg nr.23 in Wuppertal. Erika was accountant van beroep.
In november 1995, vijftig jaar na de vliegtuigcrash in Broeksittard schrijft Alfred Lörken een brief naar een man in Engeland. Alfred schrijft dat hij niet lang bij NJG 2 heeft gezeten. Adam Schuch is twee jaar lang zijn radio operator geweest. Ze vlogen sinds 1942 samen. Aanvankelijk vlogen ze met transportvliegtuigen bij de TG1 en vlogen ze met de Junkers Ju 52. Toen hij met verlof in Wuppertal was zag hij dat de RAF veel van de stad aan het verwoesten was. Als gevolg hiervan melden hij zich samen met Adam Schuch vrijwillig aan bij de Nachtjagdgeschwader dienst. Begin 1944 werden ze overgeplaatst naar Athene waar ze gestationeerd werden. Vanuit daar gingen ze naar het nachtjagdgeschwader 2 in Kassel. Daarna begon de training voor vluchten in de nacht in Ingolstadt. Daar werd Alfred opgeleid om te vliegen in een Junkers Ju 88. Vanuit Kassel vlogen ze de eerste missies maar ze kwamen geen vijanden tegen. In de herfst van 1944 werd hun afdeling overgeplaatst naar Eindhoven en ook tijdens de vluchten vanaf daar zorgde ervoor dat ze geen contact met de vijand hadden. Tijdens hun laatste missie toen ze hun radiobaken nadereden werden ze neergeschoten door een Mosquito jachtvliegtuig en werden ze gevangen genomen door de Britten. In april 1946 werd Alfred vrijgelaten en kon hij weer naar huis. Ik had helaas geen foto’s of papieren meer uit de oorlogstijd.
Adam SCHUCH werd geboren op 24 april 1922 in Birkenau en woonde in Birkenau (odenwald) in de Kreuzzstrasse nr.11.
Hij trouwde op 29 juli 1950 in Birkenau met Anna Elise Wilhelmine Müller en stierf op 18 maart 1990 in eveneens Brikenau.
Hij was een centrale figuur bij de jeugdafdeling van de VfL Birkenau (lokale voetbalclub) in de jaren 1950-1960 en bekend als trainer en afdelingsleider.
Alexander REINDL werd geboren op 20 november 1924 in Tachov/ Sudetenland in Tsjechië. Zijn servicenummer was 208495/59. Van hem heb ik geen informatie kunnen vinden
Wie waren de Canadese piloten:
Edward Frederick "Ted" COLE werd geboren op 13 maart1920 en woonde en groeide op in Vernon (Canada) in West Vancouver totdat hij in militaire dienst ging bij de Canadese luchtmacht. Zijn servicenummer werd R/157880. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vloog hij als piloot vele missie en heeft hiermee vele onderscheidingen gekregen. Toen de oorlog ten einde was gekomen keerde hij terug naar Vancouver en ging Edward studeren aan de UBC (University of British Columbia) en trouwde hij met zijn vrouw Margaret Alberta. Na zijn studie begon hij aan een lange en succesvolle carrière bij Agriculture Canada. Hij reisde meer dan vijfentwintig jaar voor zijn werk door de provincie British Columbia. Hij sloot zijn carrière af met onderzoeksprojecten voor de Canadese overheid die hij aan de UBC in het laboratorium uitvoerde. In dat laboratorium schreef hij meerdere wetenschappelijke artikelen waarvoor hij een prijs ontving.
Met zijn vrouw Margaret kreeg hij op 16 oktober 1946 een zoon die de naam Robert Cole kreeg. Bob trouwde later met Brenda en kregen twee zonen die ze Sam en Terry noemden.
Margaret overleed op 21 oktober 2004 en Edward op 28 december 2005 op vijfentachtig jarige leeftijd. Edward Cole ligt begraven op de begraafplaats Capilano view Cemetery in West Vancouver.
Op 30 April 2009 stierf ook hun zoon Robert Cole.
William Stanley "Bill" MARTIN
Over William Martin is niet zoveel bekend. Hij is geboren op 21 oktober 1915 in Toronto en daar groeide hij ook op. Op 27 maart 1942 kwam hij in dienst bij het Canadese leger. Zijn servicenummer werd J/22604. Hij startte bij het No.5 Manning Depot en ging daarna naar de No.13 SFTS (Guard). Op 8 mei 1942 werd hij overgeplaatst naar het No.5 ITS en op 4 juli 1942 werd hij gepromoveerd tot LAC.
Op 29 augustus 1942 werd hij gestationeerd bij het No.8 AOS en daar werd hij gepromoveerd tot Sergeant, waarna hij de tocht over zee maakte. Hij kwam op 25 januari 1943 in Engeland aan bij de RAF en werd op 23 juni 1943 gepromoveerd tot Flying Officer. Vanaf 23 december 1943 werd hij gepromoveerd tot First Lieutenant.
Hij vloog vanaf 1944 veel missie voor het No.409 squadron samen met piloot Cole als navigator en overleefde de oorlog. Hij keerde op 13 augustus 1945 terug naar Canada en ging op 1 oktober 1945 uit dienst. Hij ging wonen in North Bay, Ontario
Vermoedelijk, is hij overleden op 8 oktober 1980 in de Canadese plaats Edmonton.
Op 6 januari 1945, kregen beide mannen te maken met een motor probleem, toen ze vlogen met de Haveland Mosquito met registratienummer HK509. Ze moesten bij terugkomst op hun vliegbasis In het Franse Lille Vendeville (B.51) een noodlanding maken die ze ok weer wonder boven wonder beide overleefde.
(afbeelding uit boekwerk “The Nighthawks” van William L. Marr)
Verwante artikelen aan deze crash
Tijdens mijn onderzoek kwam ik een aantal artikelen tegen die verband hielden, al dan niet terecht, met de vliegtuigcrash in Broeksittard. Deze artikelen hadden vaak interessante informatie, maar het kwam ook voor dat met de beste bedoelingen feiten verkeerd geïnterpreteerd werden.
Een mooi voorbeeld hiervan speelt zich af in 1976. In de krant “De Limburger” van dinsdag 20 januari 1976 verscheen een artikel met hierin de foto zoals rechts afgebeeld.
De titel van het artikel luidde: “Bom bleek vliegtuigmotor” en het volgende stond beschreven:
“Bij het omploegen van een akkerland nabij de Wintraekerberg in Munstergeleen is de landbouwer P. Bosch van de Watersleyhof maandagmiddag op een vliegtuigmotor gestoten. De heer Bosch schrok eerst “ik dacht, dat ik op een bom uit de Tweede Wereldoorlog was gestoten”. Daarom waarschuwde hij onmiddellijk de Rijkspolitie. Bij een nader onderzoek bleek de “bom” echter de motor te zijn van een vliegtuig. Hoe die motor daar terecht is gekomen , is nog een raadsel. “Naar ik meen is in de vijfitger jaren hier in de buurt een vliegtuig neergestort” aldus landbouwer Bosch. De Luchtvaartpolitie stelt een nader onderzoek in en probeert te achterhalen van welke vliegtuig type de motor afkomstig moet zijn.”
Zoals vaak, reageerden lezers van de krant op het artikel en vertelde zij hun verhaal zoals zij het hebben beleefd. Op dit artikel in de krant kwam twee dagen later een vervolg. Het was donderdag 22 januari 1971. De bewuste krant publiceerde een artikel met de titel : “Geleense Bakker: “motor is van Duitse jager” en het volgende stond beschreven.
“Geleen. Sinds landbouwer P. Bosch bij het omploegen van een stuk land nabij de Wintraekerberg op een vliegtuigmotor is gestoten, komen de verhalen los van neergestortte vliegtuigen. “tijdens de Tweede Wereldoorlog, volgens bakker W. Horstermans (48) uit Geleen kan de motor afkomstig zijn van een d=Duitse Messerschmitt jager. Bakker Horstermans in zijn bakkerij aan de Rijskweg Noord in Geleen: “Tijdens het Ardennen-offensief heb ik in de kerstnacht tussen Geleen en Munstergeleen een Duitse Messerschmitt zien neerstorten. Als een vuurbal schoot ze naar beneden. Drie Duitse vliegers vonden daarbij de dood.” De Gekeens bakker ging de volgende morgen meteen kijken. Het vliegtuigwrak , bewaakt door militairen lag nabij het voormalige stortplaats Daniken voor dreikwart in de grond. De resten van de Duitse vliegers lagen er nog. Bij Huize Koekstrip?? Aan de Beckstraat in Geleen was toen een gealieerd legerkamp. Of de Messerschmitt daarop een aanval wilde doen? Het werd in ieder geval in brand geschoten.
Intussen heeft de Rijksluchtvaartpolitie op woensdagochtend de vliegtuigmotor, aan de Wintraekerberg aan een onderzoek geworpen. De vliegtuig motor is erg oud en veroest. Om welk type vliegtuigmotor het ging konden ze niet vaststellen omdat er geen enkele herkennigstekenen zijn gevonden.
Note van mijzelf
“Er is inderdaad een Duitse Messerschmitt neergestort nabij de oude storplaats in Daniken. Het vliegtuig was neegekomen nabij de manage Keldenaar, richting Puth. Het ging hier om de Bf110 met registratienummer 180558. De datum van deze crash was in de nacht van 17 op 18 december 1944. De motor die de landbouwer P. Bosch had gevonden werd gevonden nabij de Wanenberg (natuurgebied tussen Windraak en Munstergeleen). De afstand tussen de vindplaats van de motor en de crash van de Bf110 bedraagt ongeveer twee kilometer. Deze afstand is te groot en dus kan de motor niet van de Bf110 zijn. Maar waar is de motor dan wel van afkomstig?
Vrijdag 29 oktober 1954 explodeerde een Engelse straaljager boven Munstergeleen. Het ging hier om een Sabre straaljager die vanaf vliegbasis Geilenkirchen was opgestegen. De Britse piloot kon zich in veiligheid brengen met zijn schietstoel. Ontelbare stukken vliegtuig vielen omlaag, waarvan de meeste terecht kwamen in de Hobbelsley onder Munstergeleen in een gebied van honderden meters. In de dagbladen van zaterdag 30 oktober 1954 zijn hier diverse artikelen aan gewijd. De brokstukken van dit vliegtuig liggen op exact dezelfde locatie als waar de vliegtuigmotor werd gevonden. De crashlaocatie in Broeksittrad ligt op een afstand van ruim vijf kilometer en kan dus ook uitgesloten worden.
Eind januari 1976 verscheen er wederom een artikel in de krant De Limburger over de vliegtuigcrash in Broeksittard gerelateerd aan de gevonden vliegtuigmotor nabij Munstergeleen. Het artikel had de titel : “Opgeploegde motor van rampvliegtuig? ” en het volgende stond beschreven.
De vliegtuigmotor die boer Bosch maandagmiddag in het gebied Sittard – Windraak opploegde is waarschijnlijk afkomstig van het rampvliegtuig dat in 1944 in Broeksittard dood en verderf zaaide. Op 29 november 1944 explodeerde in de omgeving van de Sittardse wijk een tweemotorig Duits verkenningsvliegtuig, dat twee woningen in vuur en vlam zette. In een van de woningen , bewoond door het gezin J. Palmen – Geilen met zeven kinderen stierven die avond in de vlammenzee vader en moeder en vijf kinderen. Twee kinderen van het gezin Palmen ontkwamen aan de vlammen omdat ze niet thuis waren. Volgens de overlijden akte vertrok de ramp zich om 20:00 uur.
Van deze ramp weet Trout Hanen, thans werkzaam in het verpleeghuis Kollenberg in Sittard zich alles duidelijk te herinneren. “Er was die avond in de bakkerij van mijn tante Oirbons een groep jongeren bezig met kaarten. Plotseling kwam een buurman binnen rennen en schreeuwde: “Jongens er hangt een vliegende bom in de lucht. Stel je veilig”.
Toen het gezelschap buiten kwam zag men inderdaad de vuurbol aan de lucht zich voortbewegen. “Met een hels kabaal zagen en hoorden we het brandende voorwerp dat uit de richting van Heerlen kwam plotseling exploderen. Iedereen zocht dekking door op de grond te gaan liggen. We kwamen met de schrik vrij”, aldus Trout. Na de eerste schrikreactie bleek dat twee woningen in vuur en vlam stonden.
Daags na de ramp zag juffrouw Hanen in de wei van haar tante Oirbons een vreemd voorwerp uit de grond steken. Bij controle bleek het een van de twee motoren van het vliegtuig te zijn. De motor had zich wel drie meter diep de grond ingeboord. Hij viel vlak langs een gegraven schuilkelder en slechts vijftig meter van de plek waar de kaarters hadden gezeten. Jongens uit de buurt hebben dagen lang aan de motor gesleuteld en souvenirs verzameld. Een oud -ijzer koopman is later het gevaarte met behulp van een kraan komen optakelen en heeft de motor in delen afgevoerd, aldus Trout.
Bodemonderzoek 2026:
Een belangrijke onderzoeksvraag was of er tachtig jaar na dato nog wrakstukjes van de betreffende Duitse Junkers Ju 88 verscholen lagen in de omgeving van Broeksittard. In de diversen verhalen die ik tegenkwam werd er steevast gesproken over een enorme explosie in de lucht en dat het vliegtuigwrak op ongeveer één tot anderhalve kilometer van de woonbebouwing op een akker aan de veldweg van Broeksittard naar Wehr was neergekomen
Vanaf 1994 is er grenzend aan de woonbebouwing van 1944 een nieuwe woonbuurt gebouwd die de naam Europapark kreeg. De afstand vanaf de huidige Kruisstraat tot aan het eerste landbouwperceel aan de veldweg van Broeksittard naar Wehr is nu een kleine 600 meter.
In mijn vorige onderzoeken naar neergestorte vliegtuigen in Zuid Limburg kwam ik vaker een vliegtuig tegen dat in de lucht geëxplodeerd was. Bij zo’n geëxplodeerd vliegtuig onderzoek waren de wrakresten vaak tot in de verre omtrek ( 1 kilometer) te vinden. In Broeksittard weten we dat de piloten zich met hun parachute in veiligheid hebben gebracht. De minimale hoogte die een vliegtuig moet hebben om veilig met een parachute eruit te kunnen springen ligt op minimaal 1000 meter. Als je hier dan met een theoretische bril naar kijkt, dan zal het vliegtuig ergens tussen de 600 en 1000 meter hoogte gevlogen hebben toen het vliegtuig explodeerde. Zware onderdelen, zoals een motor vallen vaak dicht in de buurt van een explosie neer, omdat deze een groot gewicht dragen. De lichtere vliegtuigonderdelen, zoals aluminium beplating etc. ervaren veel meer weerstand van de wind en zweven daardoor verder van de plek van de explosie vandaan. Over het algemeen vind je bij een explosie van een vliegtuig op 600 meter wrakresten in een straal van 1,5 kilometer. Hoe hoger het vliegtuig zich bevind tijdens een explosie , hoe wijder in de omtrek wrakresten worden aangetroffen.
Gezien het feit dat de motor in de tuin van de bakkerij Oribons neerkwam en de romp van het Duitse vliegtuig op een akker richting Wehr neerkwam, kan er ondanks de bouw van de nieuwe wijk Europapark nog steeds kleine wrakresten in de akkers langs de veldweg naar Wehr verscholen liggen. Het zullen, als ze er nog liggen, kleine wrakresten zijn, maar vaak nog net genoeg om ze te identificeren als wrakresten van de Junkers Ju 88.
De zin “the components being scattered over a wide area” uit het rapport dat is opgemaakt door het leger in December 1944 bevestigd dat deze theorie en er werd dus in 1944 over een groot gebied brokstukken gevonden en begraven. Ook die laatste zin, dat de brokstukken werden begraven, kan erop duiden dat deze nog in de grond aanwezig kunnen zijn rondom de akkers.
Waar in het begin van de Tweede Wereldoorlog de vliegtuigen uitgegraven werden door de Duitsers en naar een vliegtuigsloperij in Vught werden gebracht om de grondstoffen te recyclen werd er na de bevrijding vooral zoveel mogelijk vliegtuigresten ingegraven onder het motte, wat onder de grond zit zie je niet meer. Daarbij hadden de militaire ook wel iets beters te doen dan alles netjes op te ruimen. De grotere onderdelen werden wel weggehaald maar al het kleine spul niet Daarom vindt je nog maar weinig wrakresten van vliegtuigcrashes die in het begin van de Tweede Wereldoorlog plaatsvonden en des te meer van de vliegtuigcrashes richting einde van de Tweede Wereldoorlog.
Om erachter te kunnen komen of er überhaupt nog wrakresten van de Junkers Ju 88 van Broeksittard te vinden waren was het van belang om ook een bodemonderzoek te doen. Het was hierbij belangrijk om eerst in contact te treden met de perceeleigenaar van het perceel dat ik wilde onderzoeken. Je mag niet zomaar iemand anders eigendom betreden zonder toestemming en daarnaast weet een perceeleigenaar vaak ook wat zich in het perceel verschuilt omdat de eigenaar vaak jaren de percelen bewerkt met zijn machines.
Langs de betreffende veldweg naar Duitsland staat één enkele boerderij die van familie Dahlmanns is. De boerderij staat tussen de veldpercelen in en is het enige gebouw in de omgeving. Ik besloot om een brief te schrijven aan deze familie en legde uit wat mijn onderzoek inhield
Na aanleiding van mijn brief kwamen we in contact. Dhr. Dahlmanns kon mij vertellen dat zijn schoonmoeder vroeger meegemaakt heeft dat het vliegtuigwrak langs de veldweg had gelegen en dat men daarin speelde. Dhr. Dahlmanns had zelf ook al eens met een detector op zijn veld gelopen en daarbij diversen kogelhulzen gevonden maar niet iets wat van een vliegtuig afkomstig kon zijn! Van hem kreeg ik toestemming om zelf zijn percelen te onderzoeken, mits er niets ingezaaid stond. In januari van 2026 heb ik dat onderzoek uitgevoerd. Tientallen uren heb ik de veldpercelen van Dhr. Dahlmanns onderzocht maar niets wees concreet op iets wat van een vliegtuig afkomstig kon zijn. Slecht enkele stukjes aluminium dat ik tegenkwam zou mogelijk gerelateerd kunnen worden aan een vliegtuigonderdeel. Zo’n vergelijkbare stukjes aluminium, met dezelfde kleur en dikte en dezelfde doorsnede van o.a. de gaten (waar de klinknagels in bevestigd werden) heb ik vaker bij andere vliegtuigonderzoeken gevonden. Het kan ook zijn dat in de afgelopen 80 jaar al heel wat mensen op de percelen hebben rondgelopen en daarbij de dingen die ze tegen kwamen hebben meegenomen. We zullen het nooit weten
Gevonden "wrakresten" van de Junkers Ju 88 in Broeksittard? Wie zal het zeggen!
Het grootste gedeelte van het Duitse vliegtuig is dus blijkbaar neergekomen in het gebied waar nu de nieuwe woningen zijn gebouwd. Bevestiging hiervan vond ik later in een artikel uit de “Trompetter” van 5 augustus van 2009 waarin Frans Dieteren over het voorval in Broeksittard beschreef en waarbij hij ook de volgende zin gebruikte: “De grond en het terrein waar de vlieger neerstortte, werden opgenomen in een bouwplan met honderden nieuwe bouwwoningen” Dit zal dan ook de reden zijn dat er geen wrakresten meer zijn aangetroffen rondom de veldpercelen.
En hiermee kwam er een einde aan de zoektocht naar het gebeuren in Broeksittard waarbij geluk, trots en de dood allemaal samen smolten in die ene nacht in 1944